DE "WET PARTYKA"

Wet Partyka, op zoek naar de juiste schuldsaldoverzekering ... Lees het interview in Het Belang van Limburg van 15/10/2016 over de noodzaak van deze wetgeving!

Lees Meer

 

Schuldsaldoverzekeringen voor consumenten met een verhoogd gezondheidsrisico.

Uitgebreide toelichting over de werking van de “wet Partyka”[1]

 

De doelgroep: consumenten met een verhoogd gezondheidsrisico.

 

De “wet Partyka”[2] is bedoeld om schuldsaldoverzekeringen toegankelijker en betaalbaar te maken voor chronisch zieken of mensen die een zware ziekte of operatie ondergaan hebben.  Het kan gaan om bijvoorbeeld diabetes, spierziekten, MS, ziekte van Crohn, niertransplantatie…  maar ook om bijvoorbeeld kankerpatiënten die als genezen beschouwd worden.

 

De wet kadert eigenlijk in het recht op wonen: de meeste banken of kredietinstellingen vragen een schuldsaldoverzekering als waarborg voor een hypothecair krediet: door de verzekering is de  kredietgever zeker dat het krediet geheel of gedeeltelijk terugbetaald wordt in geval van overlijden van de consument.  In de praktijk is het voor chronisch zieken of mensen met een zware ziekte ofwel onmogelijk, ofwel veel duurder om een schuldsaldoverzekering te bekomen. Vanuit het standpunt van de verzekeraar is dit niet onlogisch: een schuldsaldoverzekering is immers een levensverzekering, en de levensverwachting bepaalt uiteraard het risico voor de verzekeraar.

 

Het is de bedoeling van de wet om het kopen of verbouwen van een woning voor een chronisch zieke of (gewezen) kankerpatiënt te vergemakkelijken. In de praktijk zal de leeftijd van de doelgroep dus vooral uit een jonger publiek bestaan: twintigers, dertigers, prille veertigers, kortom de leeftijd waarop de gemiddelde Belg probeert zijn eigen woning te verwerven.  Het aantal betrokken consumenten kan in België op 15000 tot 18000 geraamd worden.[3]  

 

De wet is enkel van toepassing voor de gezinswoning, dit is de enige en eigen woning van de consument.  De wet kan dus niet ingeroepen worden voor bijvoorbeeld het aangaan van een lening voor een tweede verblijf.

 

Een paar voorbeelden van reacties van consumenten dieKatrien Partyka hierover ontving:

-          een 31-jarige patiënte met de ziekte van Crohn wordt, ondanks dat haar ziekte al jaren onder controle is, geconfronteerd met een bijpremie voor haar schuldsaldoverzekering van 150 %;

-          een patiënt met diabetes waarbij uit alle analyses, onderzoeken en testen blijkt dat hij zeer goed geregeld is en geen verwikkelingen of afwijkingen heeft: de jaarlijks te betalen premie wordt verhoogd van 234 naar 610 euro, dit gedurende tien jaar te betalen, dus een meerkost van 3765 euro;

-          een 29-jarige diabeticus moet een eenmalige premie van ca.5000 inplaats van 2100 euro betalen;

 

Geen recht op schuldsaldoverzekeringen…

Twee belangrijke opmerkingen:

1°) de wet creëert geen recht op een schuldsaldoverzekering – niet iedereen zal zich kunnen verzekeren, dit is ook logisch.  Een schuldsaldoverzekering is immers een levensverzekering, iemand die een ernstig overlijdensrisico heeft zal zich dan ook jammer genoeg nooit kunnen verzekeren, je zou dit ietwat oneerbiedig kunnen vergelijken met iemand die een brandverzekering afsluit op het moment dat zijn huis in brand staat – geen enkele verzekeraar zal een risico verzekeren. 

2°) de wet kan de verzekeraars niet verplichten een verzekering af te sluiten.  Het Grondwettelijk Hof heeft zich in die zin uitgesproken naar aanleiding van het verworpen beroep van Assuralia (de beroepsvereniging van verzekeraars) tegen de wet [4].

 

… maar wel een doorzichtiger en toegankelijkere werking.

Het is wel de bedoeling het aangaan van een dergelijke verzekering doorzichtiger te maken omdat de verzekeraars duidelijk moeten aangeven hoe ze hun bijpremie berekenen.  (dit is de verhoging van de premie omwillen van de gezondheidstoestand van de consument).  Tegelijk zet de wet de verzekeraars er toe aan hun beoordelingscriteria aan te passen aan de evolutie van de medische wetenschap[5].  Er  wordt ook een solidariteitsmechanisme tussen verzekeraars en kredietgevers gecreëerd waardoor de extra kosten voor hogere risico’s gemeenschappelijk gedragen worden. 

 

 

Hoe werkt het?

De wet voorziet een stapsgewijze werking bij het beoordelen van de aanvraag om een schuldsaldoverzekering. Bij het beoordelen van de verzekeringsaanvraag mogen alleen medische vragenlijsten gebruikt worden die goedgekeurd zijn door het Opvolgingsbureau voor de tarifering[6].  De verzekeraars en kredietinstellingen moeten in hun reclame, prospectussen en verzekeringsvoorstellen verwijzen naar het bestaan van het solidariteitssysteem voor consumenten met een verhoogd risico.

De wet treedt volledig in werking op 1 januari 2015, maar sommige elementen kunnen al voordien ingeroepen worden (bijvoorbeeld de motiveringsplicht).

 

Stap 1 – motiveringsplicht bij weigering of aanrekenen van een bijpremie.

De verzekeraar kan de aanvraag weigeren, of een bijpremie aanrekenen, dit is een extra premie die wordt aangerekend omwille van het verhoogd gezondheidsrisico van de consument.   Indien de verzekeraar de verzekering weigert of een bijpremie aanrekent moet hij op een duidelijke en begrijpelijke wijze aan de consument meedelen:

1° dat de verzekering geweigerd wordt of dat er een bijpremie aangerekend wordt;

2° de medische redenen voor de weigering of  het aanrekenen van een bijpremie (voor zover die informatie niet in strijd is met de privacywetgeving).

3° indien een bijpremie gevraagd wordt: het bedrag van de bijpremie en het percentage van de bijpremie ten overstaan van de basispremie (dit is de “normale” premie);

4° de contactgegevens van de geneesheer van de verzekeraar bij wie de consument om meer informatie kan vragen;

5° dat de consument bijkomende informatie kan aanvragen over studies en statistieken waarop de verzekeraar zich baseert om een hogere bijpremie aan te rekenen.  De consument of zijn arts kunnen deze informatie alleen schriftelijk aanvragen, de verzekeraar moet binnen de acht werkdagen antwoorden[7];

6° de gegevens van het Opvolgingsbureau en het feit dat de consument kan vragen dat het Opvolgingsbureau een onderzoek doet naar de beslissing van de verzekeraar en of de voorgestelde premie in aanmerking komt voor het solidariteitsmechanisme van de Compensatiekas (zie stap 4).

 

 

Stap 2 – heroverweging.

Van zodra de verzekeraar een bijpremie aanrekent, hoe beperkt deze ook is, kan de consument aan de verzekeraar meedelen dat hij niet akkoord gaat met deze bijpremie.  De verzekeraar moet dan aan zijn herverzekeraar[8] de opdracht geven de aanvraag van de consument opnieuw te onderzoeken.  

Indien de herverzekeraar de voorgestelde bijpremie verlaagt, moet de verzekeraar deze lagere bijpremie voorstellen aan de consument.  Indien de herverzekeraar de bijpremie niet aanpast mag de verzekeraar zijn oorspronkelijk voorstel behouden.  De verzekeraar moet binnen de 15 dagen antwoorden.

Op zich is deze stap niet verplicht, de consument kan zich ook onmiddellijk tot het Opvolgingsbureau richten, voor zover de bijpremie meer dan 75 %  bedraagt.  Heroverweging van de aanvraag is ook niet voorzien in geval van weigering van de aanvraag wegens verhoogd gezondheidsrisico, in dat geval kan de consument zich rechtstreeks tot het Opvolgingsbureau richten.

 

 

 

Stap 3 – aanvraag bij het opvolgingsbureau voor de tarifering

Het Opvolgingsbureau voor de tarifering is een instantie die paritair is samengesteld uit vertegenwoordigers van de verzekeringsmaatschappijen, de consumenten en de patiënten, en staat onder leiding van een magistraat (dit moet de onafhankelijke en onpartijdige werking van het Opvolgingsbureau garanderen).

Wanneer de verzekeraar de aanvraag weigert of een bijpremie vraagt van meer dan 75 % kan de consument aan het Opvolgingsbureau vragen om de aanvraag opnieuw te onderzoeken.   Het bureau doet binnen de vijftien werkdagen een voorstel aan de consument en de verzekeraar:

a) niet verzekeren of

b) wel verzekeren, en tegen welk tarief.

Hierbij moet ook voldoende informatie gegeven worden door het bureau over het voorstel (in principe dezelfde informatie als onder Stap 1 vermeld).

Voor concrete informatie over het indienen van de aanvraag, zie verder, “Hoe een aanvraag indienen bij het opvolgingsbureau”.

  

Indien het bureau een voorstel tot verzekeren doet moet de verzekeraar binnen een redelijke termijn aan de consument laten weten of hij bereid is het voorstel van het bureau te volgen. Zoals reeds vermeld is het niet de bedoeling de verzekeraars te verplichten een verzekering af te sluiten.  De verzekeraar moet binnen een redelijke termijn aan de consument laten weten of hij op het voorstel van het opvolgingsbureau ingaat.

 

Stap 4 – Tussenkomst compensatiekas en standaardwaarborg

Wanneer de verzekeraar ingaat op het voorstel van het Opvolgingsbureau voor het sluiten van een polis volgt wordt beroep gedaan op de compensatiekas.  Concreet zal de consument maximaal een bijpremie van 125 % van de basispremie aangerekend kunnen worden.  Het gedeelte daarboven wordt door de compensatiekas aan de verzekeraar betaald.  Het compensatiemechanisme wordt gezamenlijk gefinancierd door de verzekeraars en de kredietinstellingen.

 

Wanneer de bijpremie meer dan 200 % bedraagt zullen de verzekeraars zich beperken tot een standaardwaarborg voor een maximaal verzekerd kredietbedrag van 200 000 euro voor een alleenstaande en tot maximaal 50 % (met een maximum van 200 000 euro) voor een mede-ontlener.

 

 

Hoe reageren bij een kredietaanvraag wanneer een bijpremie aangerekend wordt?

Kredietmaatschappijen en banken vragen een schuldsaldoverzekering als waarborg om zeker te zijn dat het krediet wordt terugbetaald in geval van overlijden van de consument.  De wet van 4 augustus 1992 op het hypothecair krediet laat toe dat een schuldsaldoverzekering gevraagd wordt als waarborg, maar:

-          de kredietgever mag de consument niét verplichten de verzekering bij hem (of een verzekeraar waarmee hij samenwerkt) af te sluiten;

-          de kredietgever mag wel een korting geven op het rentepercentage indien de verzekering bij hem (of een verzekeraar waarmee hij samenwerkt) aangegaan wordt;  

 

Wanneer een bijpremie aangerekend wordt of de verzekering geweigerd wordt kunnen uiteraard de hierboven beschreven stappen ondernomen worden.

 

Maar daarnaast zijn er ook nog andere mogelijkheden: de concurrentie laten spelen en onderhandelen met de bank.  Misschien aanvaardt de kredietgever wel een verzekering van een andere verzekeraar (het risico van de kredietgever is hierdoor ook ingedekt).en is hij toch bereid een korting te geven.  Of misschien is het voordeliger de korting te laten vallen indien de consument elders goedkoper verzekerd kan worden.

 

Een andere mogelijkheid is na te gaan of er geen alternatieve waarborgen kunnen voorgesteld worden aan de kredietgever (bijvoorbeeld een ander onroerende goed).

Het is echter vooral belangrijk bij een verschillende verzekeraars een aanvraag in te dienen, zodat de concurrentie volop kan spelen.  In Nederland geven bijvoorbeeld sommige verzekeraars een korting aan sommige diabetici omdat deze zich beter verzorgen en globaal een lager risico vertonen dan de modale consument.

 

Hoe een aanvraag indienen bij het Opvolgingsbureau?

De aanvraag kan door de consument vanaf 1 januari 2015 ingediend worden bij de opvolgingsbureau voor de tarifering schuldsaldoverzekering, de Meeûssquare 35, 1000 Brussel,

telefoon 02/547 57 70

fax 02/547 59 75

email:info@opvolgingsbureau.be

website http://www.opvolgingsbureau.be[9]

De aanvraag moet schriftelijk gebeuren, de consument moet in zijn vraag uitdrukkelijk vermelden dat hij vraagt om tussenkomst van het opvolgingsbureau voor de tarifering.  Bij de aanvraag moet het volgende gevoegd worden:

-          een kopie van de brief of mail van de verzekeraar waaruit blijkt dat de schuldsaldoverzekering geweigerd werd of een bijpremie van meer dan 75 % gevraagd wordt;

-          een uitdrukkelijke verklaring door de consument dat de schuldsaldoverzekering dient voor de aankoop of het verbouwen van de eigen en enige gezinswoning;

-          een uitdrukkelijke verklaring door de consument dat het opvolgingsbureau en een eventueel door het bureau aangewezen expert het medisch dossier van de consument mogen inkijken;

-          een uitdrukkelijke verklaring door de consument dat het opvolgingsbureau toelating verleent om navraag te doen naar de onroerende bezittingen van de consument.

 

 Wat indien u vóór 1 januari 2015 een dure bijpremie betaalde?

U kunt de wet niet inroepen voor schuldsaldoverzekeringen aangegaan vóór 2015.  Uit het antwoord van minister Kris Peeters op 28 april 2015 op een parlementaire vraag in de Commissie Bedrijfsleven van de Kamer blijkt echter dat:

-         consumenten wel hun oude verzekering kunnen stopzetten en een nieuwe vragen, waarvoor de wet dan wél van toepassing is;

-         zelfs indien ze voor 2015  geen verzekering hadden nog een aanvraag kunnen indien voor een lopend hypothecair krediet (of bijvoorbeeld een herfinanciering); de minister is van oordeel dat er geen risico op “antiselectie” of de zogenaamde “brandend huis” problematiek.

Elk geval is echter anders:

-          indien u een eenmalige premie betaalde, en het krediet loopt al een aantal jaren is het waarschijnlijk niet meer interessant een nieuwe verzekering voor te stellen;

-          indien u uw premie jaarlijks betaalt kan het eventueel interessant zijn om aan uw verzekeraar en/of aan concurrerende verzekeraars te vragen een nieuw voorstel te doen, dat hopelijk voordeliger is of waarvoor de wet Partyka zou kunnen ingeroepen worden;

-          indien u al een schuldsaldoverzekering hebt moet u ook rekening houden met de mogelijkheid dat uw gezondheidstoestand ondertussen verslechterd is, en dat een nieuwe verzekering misschien geweigerd wordt of duurder is dan de bestaande;

-          voorts moet u ook nagaan of het rentepercentage van uw hypothecair krediet zal stijgen indien u eventueel van verzekeraar verandert.

 

 U grondig informeren en voorzichtig zijn hiermee is dus de boodschap.  Zeg in géén geval een bestaande schuldsaldoverzekering op voor u zeker bent een nieuwe polis te kunnen afsluiten.

 

Wat indien de wet niet werd nageleefd?

Voor sommige bepalingen van de wet werd voorzien in een zogenaamde “burgerlijke sanctie”[10].  De verzekeraar moet dan het nadeel herstellen dat hij veroorzaakt heeft door de wet niet na te leven. Het is nog niet echt duidelijk hoe ver dit reikt.  De rechtspraak en rechtsleer zal moeten uitwijzen wat de gevolgen zijn van het niet naleven van de wettelijke bepalingen voor de verzekeraars.[11]

 

 

 

Vragen en concrete problemen?

Hebt u vragen, opmerkingen of concrete problemen inzake de problematiek van de schuldsaldoverzekeringen? Deze zijn welkom, wantKatrien Partykablijft deze problematiek verder opvolgen.

 

 



[1] Disclaimer: De informatie werd zo correct en up-to-date mogelijk weergegeven, dit met de bedoeling consumenten, ondernemingen en andere mogelijk betrokken economische en sociale organisaties  zo volledig mogelijk te informeren.  In geen geval kanKatrien Partyka aansprakelijk gesteld worden voor eventuele foutieve informatie op deze site of met de inhoud van deze site strijdige beslissingen of interpretaties door verzekeraars, kredietmaatschappijen, de overheid of de rechterlijke macht.

[2] De “wet Partyka” betreft de artikels 212 tot 224 van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen (Belgisch Staatsblad van 30 april 2014, oorspronkelijk “Wet van 21 januari 2010 tot wijziging van de wet op de landverzekeringsovereenkomst  wat de schuldsaldoverzekeringen voor personen met een verhoogd gezondheidsrisico betreft”.  Deze wet werd unaniem goedgekeurd op initiatief van toenmalig KamerlidKatrien Partyka en gepubliceerd in het Staatsblad van 3 februari 2010).  De uitvoeringsbesluiten verschenen met het Koninklijk besluit van 10 april 2014 tot regeling van sommige verzekeringsovereenkomsten tot waarborg van de terugbetaling van het kapitaal van een hypothecair krediet (Staatsblad van 10 juni 2014).

[3] Op basis van de impact van gelijkaardige regelingen in Frankrijk en Nederland kan het aantal betrokken personen in België in orde van grootte op ongeveer 15 000 consumenten geraamd worden.  Tijdens de parlementaire besprekingen in 2014 werd het aantal door minister van Economie en consumentenzaken Johan Vande Lanotte op 18 000 geraamd.

[4] Arrest van het Grondwettelijk Hof 166/2011 van 10 november 2011, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 31 januari 2012.

[5] Dit door een tweejaarlijkse rapportering aan het parlement door het “Opvolgingsbureau voor de tarifering” in samenwerking met het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg – zie artikel 218 van de wet.

[6] Artikelen 4 en 5 van het KB van 10 april 2014.

[7] Voor meer details over de informatie die de verzekeraar moet verstrekken: zie artikel 10 van het KB van 10 april 2014.

[8] Een herverzekeraar is een soort “verzekeraar van de verzekeraar”.

[9] Normaal gezien verandert dit vanaf 1 juni 2015 en moet de aanvraag dan bij de ééngemaakte centrale Consumentenombudsdienst gebeuren.  De procedure inzake het indienen en behandelen van de aanvraag wordt geregeld in het Ministerieel Besluit van 24 december 2014 tot vaststelling van het huishoudelijk reglement van het Opvolgingsbureau van de tarifering (Belgisch Staatsblad 30 december 2014).

[10] Artikel 212 § 3 van de wet.

[11] Er worden analoge regels gehanteerd als bij het niet respecteren van de gedragsregels inzake beleggingsverzekeringen, “MIFID II”.  Zie Marcel FONTAINE en Jean-Marc BINON, La loi du 4 avril 2014 relative aux assurances – présentation générale – dispositions relatives au droit du contrat d’assurance,  in Tijdschrift voor Belgisch Handelsrecht, Larcier, december 2014, p. 965: “La loi entend ainsi appliquer aux manquements aux dispositions d’exécution de son article 212 un régime de présomption de causalité analogue à celui récemment introduit par la législation “Twin Peaks II” en cas de manquement de l’assureur ou de l’intermédiaire d’assurance aux règles de conduite « MiFID » régissant le devoir d’information, de conseil et de diligence dans la phase précontractuelle ».